Download onze app..

..voor de beste ervaring op een mobiel apparaat.

Download voor iOS

Download voor Android

‘Jeugdspelertjes bouwen geen conditie op door conditietrainingen!’

Zo, laat die stelling maar even binnenkomen. Is hier sprake van een revolutionaire gedachte? Welnee, de discussie over het verband tussen conditie en de prestaties op de groene mat is al zo oud als het voetbal zelf. Moeten jeugdspelertjes dan alleen maar Tiki Taka Touzani doen tijdens trainingen? Nee, dat hoeft nou ook weer niet, alhoewel de meeste spelertjes dat waarschijnlijk wel erg leuk zouden vinden. Wat dit artikel duidelijk moet maken, is dat spelertjes tot de leeftijd van circa 12-13 jaar niet automatisch meer uithoudingsvermogen krijgen als de trainer hen rondjes om het veld laat rennen of lange tijd sprintjes laat trekken. Wat hij er onder andere wél mee bereikt, is dat de spelertjes doorzettingsvermogen krijgen. Niet opgeven, die paar rondjes moet iedereen kunnen halen.  

‘Niets op het rolletje’
Met de bewering over het doorzettingsvermogen zullen de meeste (jeugd)trainers het ongetwijfeld eens zijn. Dat rennen en sprinten niet vanzelfsprekend leidt tot meer uithoudingsvermogen zal echter niet iedereen onderschrijven. Het bewijs wordt geleverd in de wedstrijd en de jeugdtrainer krijgt dat na afloop te horen van de ouders: ‘onze spelertjes worden aan alle kanten overlopen. Ze komen te kort, kunnen het niet belopen, ze hebben niets ‘op het rolletje’. Je moet ze dinsdag maar eens flink laten rennen. Ze hebben het nodig’.
Op dat moment is het voor jou als jeugdtrainer beter om even niets te zeggen. In die sfeer van teleurstelling over de verloren wedstrijd heeft het geen zin om tegen dat ongetwijfeld goedbedoelde advies in te gaan. Bovendien weet je wel beter. Ja, het team moet beter gaan spelen, maar dat ga je niet bereiken door de komende weken heel veel te gaan rennen en sprinten.
 

Zwart-wit
Voorstanders van het werken aan een goede fysieke gesteldheid hebben strikt genomen een punt: ‘Wie tijdens de wedstrijd te vermoeid is geraakt, kan niet meer optimaal rennen, raakt de bal niet meer goed en verliest scherpte. De concentratie wordt minder, passes komen niet meer aan enzovoort. Als de tegenstander daar niet of in mindere mate last van heeft, verlies je duels. En als dit voor jouw hele team geldt, win je weinig wedstrijden. Maarrrrr, is het echt zo zwart-wit?
 

Plezier
Voorop gesteld: iedere (jeugd)trainer wil het zo goed mogelijk doen. Iedereen heeft zijn of haar eigen ideeën over de invulling van een training die voor de spelertjes leuk en leerzaam moet zijn. In die volgorde? Ja, want spelertjes moeten vooral plezier beleven aan het voetbal. Des te enthousiaster worden ze om nieuwe dingen te leren.  
 

Testosteron
Wat je m.i. vooral niet moet doen, is de spelertjes rondjes laten rennen om het veld. Kinderen vinden dat oersaai en het levert dus helemaal niets op. Met andere woorden, ze krijgen er nul komma nul meer conditie van. En dat heeft alles met hun leeftijd en lichamelijke ontwikkeling te maken. Er zijn genoeg wetenschappelijke onderzoeken die aantonen dat pas vanaf het veertiende jaar (kan iets eerder of later zijn) bepaalde lichaamsstoffen worden aangemaakt die ervoor zorgen dat het lichaam in korte tijd, relatief snel gaat groeien (de prepuberteit en de zogenaamde ‘groeispurt’). Onder invloed van die lichaamsstoffen (hormonen) worden botten, spieren, pezen, groter en sterker. Het lichaam wordt dus groter en sterker als gevolg van dat hormoon (testosteron). Dat impliceert ook dat als dit hormoon niet in het lichaam aanwezig is, het lichaam ook niet sterker kan worden.
 

Zonder testosteron is er geen trainingseffect!
Als je dit weet, kun je meteen de conclusie trekken dat het geen zin heeft om conditietraining te doen met kinderen met als belangrijkste doel om ze 'sterker' te maken, hun uithoudingsvermogen te vergroten. Het lichaam wordt weliswaar blootgesteld aan een trainingsprikkel, maar het ontbreekt simpelweg aan het hormoon testosteron om het sterker te maken. Zonder testosteron is er geen trainingseffect!
 

Door allerlei loopoefeningen in te bouwen tijdens trainingen, leren de spelertjes wel om hun krachten te verdelen, zien ze in dat het soms nodig is om even door de zure appel heen te bijten en ervaren ze dat er inspanningen nodig zijn om iets te bereiken. Zonder iets krijgt je niets. Dat is misschien nog wel de beste les.  

Door: Helmi van Nuil