Download onze app..

..voor de beste ervaring op een mobiel apparaat.

Download voor iOS

Download voor Android

Zico Bock: Sterkhouder van Olympia Schinveld

<b>Kritiek</b> Het is een koude, regenachtige dinsdagavond als het eerste elftal van RKSV Olympia Schinveld het in een oefenduel opneemt tegen de reserves van hoofdklasser Bekkerveld. Op het middenveld zien we een krachtige, ietwat bonkige speler, fier met de aanvoerdersband om zijn linker-arm met passjes strooien die we op dit niveau niet zouden verwachten. Ondanks dat het een oefenpotje is, geniet hij zichtbaar van het spelletje. Met een glimlach zoekt hij contact met medespeler, tegenstander en scheidsrechter. Zijn naam: Zico Bock. Sterkhouder, mentor en kennelijk liefhebber van alles wat met voetbal te maken heeft. Hij is pas 22 jaar, maar stuurt de jonge ploeg van de promovendus aan als een ware leider. ‘’Veel jongens uit deze ploeg zijn uit dezelfde lichting als ik. Daarnaast ben ik een mondige jongen met een uitgesproken mening. En die laat ik graag gelden, haha’’, zo lacht Bock. Dit is ook de reden dat Bock drie jaar geleden vertrok bij de club die hij zo liefhad. ‘’Ik vond destijds dat de club na drie jaar samen te hebben gewerkt met onze trainer (Roger Peeters red.) toe was aan een nieuwe oefenmeester. De trainer tekende nog een jaar bij en kon mijn ‘kritiek’ niet waarderen, waardoor ik het kind van de rekening leek te worden’’. Hierdoor besloot Bock om met veel pijn in het hart het avontuur elders voort te zetten, maar kwam al snel terug op die beslissing. Bock: ‘’Ik vertrok naar De Leeuw, waar mijn schoonvader over de technische zaken ging. Ik werd hier prima opgevangen, maar het voelde niet vertrouwd. Ik miste de jongens om mij heen met wie ik sinds de pupillen samenspeelde, waardoor ik al in de voorbereiding terugkeerde naar Schinveld. Later werd het omschreven als ‘heimwee’, geloof ik’’. <b>Moeilijke jongen</b> Door het vertrek bij Schinveld en zijn uitgesproken mening kreeg hij al snel het imago van moeilijke jongen. ‘’Dat begrijp ik best’’, stelt Bock. ‘’Ten eerste houd ik wel van een relletje. Er moet iets te doen zijn. Aan allemaal communicantjes hebben we niks. Daarnaast werd ik met 22 doelpunten topscorer van de competitie, waarna allerlei clubs in de regio interesse in mij toonden. Als 18-jarige jongen voel je je dan wel gevleid. Ook mijn ouders, beiden niet weg te denken uit de club, speelden hierin een rol. Mijn moeder zat jarenlang in het bestuur Mijn vader, in het amateurvoetbal bekend als ‘Kuip’, speelde bijna 500 wedstrijden op het eerste en was jarenlang aanvoerder, voor wie de jonge jongens veel respect hadden. Ik keek daarom vroeger ook erg op tegen hem en de andere grote namen die op het eerste speelden, zoals Lei Mengelers, Roger Lemmens en Harrald Houben. Dit wilde ik ook!’’ Onder laatstgenoemde maakte Bock op 15-jarige leeftijd zijn debuut in het vlaggenschip van de vereniging, maar tot die tijd was er geen weekend dat hij, samen met zijn ouders, urenlang in de kantine nababbelden over de resultaten van alle elftallen. ‘’Ik weet daardoor wel wat er allemaal speelt en heeft gespeeld binnen deze moeilijke vereniging. Sinds de komst van onze huidige trainer (Gerard Zweerink red.) is de rust enigszins wedergekeerd‘’. <b>Middenvelder annex aanvaller</b> Jarenlang gold Bock als de absolute opvolger van goaltjesdief en veteraan Cellie Cremers, die ieder seizoen wel twintig keer het net wist te vinden. Cremers wist echter niet van ophouden, waardoor de twee een levensgevaarlijk koppel zouden vormen. ‘’Ondanks dat we beiden statisch zijn, scoorden we allebei makkelijk. In de eerste jaren ging dit prima en maakten we samen meer dan dertig doelpunten. De trainers dachten hier echter anders over, waardoor ik een linie zou zakken’’. Met zijn 193 centimeter en geblokte postuur doet Bock niet gauw denken aan een fluwelen, creatieve middenvelder, zo geeft hij zelf ook toe. ‘’Ik heb het lichaam van een keeper en ben dus ook geen speler die graag omschakelt, maar liever kracht combineert met techniek. Toch ziet ook deze trainer mij meer als een ‘10’, al zou ik liever in de punt spelen. Met de rug naar het doel ben ik op mijn best. Die kont erin zetten, wegdraaien en de trekker overhalen is het mooiste wat er is. Je krijgt de aard immers niet uit het beestje hè’’, knipoogt Bock. <b>Seizoen</b> Ook dit jaar doet de gepromoveerde dorpsclub, dat vorig seizoen na een afwezigheid van maar liefst zeven jaar eindelijk terugkeerde in de Vijfde Klasse, het voortreffelijk en staat na negen speelrondes op een fortuinlijke vierde plek in de ranglijst. ‘’We hebben een jonge, goed voetballende ploeg waar zeker veel potentie in zit en veel spelers een doelpunt kunnen maken. Dit zie je ook wel terug in de resultaten. Samen met koploper SVM zijn we de meest productieve ploeg. Ik denk dat een periodetitel een realistisch doel is voor dit seizoen’’. Ondanks zijn positie op het middenveld is Bock ook dit seizoen met acht doelpunten clubtopscorer van de ‘rood-witten’ uit Schinveld. Bock blijft hier echter bescheiden onder. ‘’Topscorer zal ik niet worden dit jaar. Maar met een geplaatst balletje vanaf de rand van het strafschopgebied en hier en daar een strafschopje moet ik de vijftien wel kunnen halen’’. Over zijn rol in het elftal is Bock eveneens discreet. ‘’Samen met Roger Rademakers en Marco Hanssen behoor ik tot de leiders van het elftal. Roger zal niet lang meer doorgaan en dan moeten Marco en ik klaar zijn voor die rol. Marco voor het tactische deel, ik voor de sfeer en het randgebeuren. Ik denk dat de trainer die rolverdeling ook wel graag zo ziet’’. <b>Ambitie</b> De ambitie om hogerop te spelen heeft Bock niet. ‘’Graag zou ik met Schinveld terugkeren naar de Vierde Klasse, iets dat met dit nieuwe complex en deze jonge groep zeker mogelijk is. Daarnaast wil ik belangrijk blijven voor deze club. Natuurlijk zou het mooi zijn om een centje bij te verdienen met je grote hobby, maar daarvoor geniet ik teveel van een hapje en een drankje, zoals je wel kunt zien. Ik ben ook graag het middelpunt. Daarom ben ik ook het onderwijs in gegaan, haha. Bij een andere club ben je alweer gauw één van de elf. Misschien zelfs één van de zestien. Laten we dus niet overdrijven. Ik ben gewoon een boerenlul met een beroemde voornaam en liefde voor mijn club en het spelletje, meer niet.’’ Foto: Lucho Carreno