Download onze app..

..voor de beste ervaring op een mobiel apparaat.

Download voor iOS

Download voor Android

André Halmans: scout, adviseur, agent EN liefhebber

Hij ziet misschien wel de meeste voetbalwedstrijden van ons allemaal: in stadions in binnen- en buitenland, langs de amateurvelden, op TV en via zijn smartphone. We hebben het over André Halmans, eigenaar van HFFM. Dit staat voor Halmans Fair Play Football Management. In die hoedanigheid is hij scout, adviseur en agent voor spelers en trainers. Ook verenigingen kloppen bij hem aan voor bemiddeling bij transfers.

André Halmans werd geboren op 9 februari 1978 in de Heerlense wijk Eikenderveld. Na de lagere school ging hij naar de MAVO, het St. Janscollege. Vervolgens MEAO Walram College Si8ard en aansluitend een avondopleiding aan de MEAO rich9ng BA bij A&S , het huidige Arcus college.

Voetbal was niet altijd zijn beroep. ‘Ik heb tot 2011 gewerkt als senior financieel administratief medewerker. Toen werd ik getroffen door de ziekte sarcoïdose. Dat is een chronische aandoening aan de lymfklier. Daardoor werd ik in 2012 gedwongen om het arbeidsproces te verlaten. Dankzij aanpassingen kan ik in mijn huidige situate weer redelijk functioneren. Sinds ik ben afgekeurd, ben ik mij intensief met voetballen en dus ook de voetbalwereld gaan bezighouden.’

Hoe is toen het balletje gaan rollen, om maar in voetbaltermen te spreken?

‘Maurice Rayer, bij wie ik een tijdje heb ingewoond, was gevraagd om voor een internationaal bureau, AIM sport international in Barcelona , te gaan scouten in de regio Limburg – Nord Rhein WesEalen (Duitsland ) en Belgisch Limburg . Maar al snel werd duidelijk dat deze regio te groot was voor één persoon. Zodoende vroeg Maurice of ik een deel van zijn activiteiten wilde overnemen.’


Dat voelde meteen goed?

‘Voetbal en alles wat daarmee samenhangt, heeft mij altijd geïntegreerd. Actief op niveau voetballen is er nooit van gekomen (hoogste was VV DE LEEUW 2) en daarom leek dit mij een leuke uitdaging.’


Je hebt geen carrière in het betaald voetbal echter de rug en je was totaal onbekend binnen de voetbalwereld. Hoe is het je gelukt om je netwerk op te bouwen?

‘Ik ben begonnen met het bezoeken van heel veel voetbalwedstrijden. Na afloop wachtte ik op de manager of andere verantwoordelijken van de vereniging. Ik stelde mij aan hun voor en gaf mijn visitekaartje af. Het visitekaartje van AIM Sport Benelux opende deuren, maar helaas niet op het allerhoogste niveau. Het was en is moeilijk om tussen de bekende makelaars een plek te veroveren.  Extra nadeel voor mij was inderdaad dat ik geen voetbalverleden had en dus ook geen ingangen bij een BVO. Ik heb toen bewust de keuze gemaakt om mij te gaan concentreren op wat toen nog de Jupiler League heette (de huidige Keuken Kampioen Divisie), de beloftes en de amateurs.’

In 2008 stopte André de samenwerking met AIM, omdat hij als zelfstandige aan de slag wilde. Probleem was dat hij geen licentie had. Zodoende is hij als zelfstandige onder de vlag van Hellert Fair Play Football Management gaan werken. Dat duurde tot na de diagnose SARCOIDOSE, ergens tussen eind 2012 en medio 2013. ‘In 2016 heb ik de activiteiten van Hellert overgenomen en ben ik gestart als HFFM.’

Zijn eerste transactie herinnert hij zich nog goed. ‘Speler Mike Mampuya ging van VVV naar Helmond Sport en later ging hij in samenwerking met Gunther Thiebaut naar Cyprus. Via deze deal zijn ook mijn eerste contacten in de toenmalige Jupiler league ontstaan. ‘


Kennen de clubs je inmiddels? Gaat er meteen een lichtje branden als ze jou het complex zien betreden?

‘De meeste clubs weten inmiddels wie ik ben en wat ik doe. Ik word niet altijd even hartelijk ontvangen, want men denkt dat ik de betere spelers kom ‘spotten’ om ze vervolgens aan te bevelen bij clubs die op  hoger niveau uitkomen. Dat is onzin. Echt goede spelers zijn namelijk al lang bekend bij andere clubs. Daar voegt mijn aanwezigheid niets meer aan toe.
Er zijn ook clubs die mij niet kennen en mij vragen wat ik eigenlijk kom doen. In dat geval leg ik rustig uit waarom ik de wedstrijd bezoek. En dan zijn er ook nog clubs die helemaal niets vragen. Die gaan gissen en speculeren. Vaak gaat mijn aanwezigheid dan een eigen leven leiden. Jammer. ‘


Klopt het dat de aanvankelijke scepsis van de clubs plaats hee& gemaakt voor een open houding?

‘Ja, dat komt deels doordat ik zelf open en eerlijk ben, maar deels omdat de clubs inzien dat mijn aanwezigheid ook een voordeel kan hebben. Als er iets speelt, neem ik direct contact op met de vereniging of de trainer om te zeggen dat er belangstelling is voor een van hun spelers en wat mijn rol daarin is. Heel eerlijk en open. Daarna maak ik met hen afspraken en houd de verenigingen, trainers op de hoogte van de gang van zaken. Niets meer en niet minder. Het is trouwens uiteindelijk de speler die uiteindelijk beslist, niet ik! ‘’

Om nog eens te benadrukken dat het de spelers, trainers en verenigingen zijn die hem benaderen, gebruikt hij een voorbeeld. ‘Op enig moment kreeg hij een telefoontje van een vereniging met de mededeling dat hun doelman gedurende een groot aantal maanden niet kon voetballen. ‘Ze vroegen mij of ik hen wilde helpen met het zoeken naar een oplossing, want de Nederlandse overschrijvingsperiode was gesloten. Natuurlijk wilde ik die vereniging helpen, maar we hadden nog maar enkele dagen voordat de overschrijvingsperiode sloot. Dus ben ik op zoek gegaan in het buitenland, dat was de enige optie. Ook met deze vragen komen de verenigingen bij mij terecht en waar ik kan, help ik !’


Aan spelers die uit het buitenland komen, hangt een kostenplaatje, toch?

‘Ja, maar dat lijkt me ook duidelijk en reëel. Verenigingen weten dat trouwens. Wie ver moet reizen om te komen voetballen, moet minimaal zijn reiskosten betaald krijgen. Hoeveel ze krijgen, is aan speler en club. Ik speel daarin geen rol. Ik ben enkel de bemiddelaar. Maar door mijn jarenlange ervaring ben ik goed op de hoogte van de statuten en reglementen en heb mijn contacten bij de diverse bonden, zodat ik daarmee ook adviezen kan geven aan bestuursleden. ‘


Je hebt het over vergoeding van reiskosten, maar iedereen weet dat spelers in de hoogste klassen van het amateurvoetbal niet alleen een vergoeding krijgen voor gemaakte reiskosten. Ze vragen heel wat meer!
 

‘Dat is inderdaad geen publiek geheim. En weet je, de eisen van de spelers zijn vaak het grootste probleem. Ze moeten zich echter realiseren dat de top van het amateurvoetbal niet over budgetten beschikt die in de richting komen van clubs in het betaalde voetbal. Integendeel, net zoals in het betaald voetbal heeft hebben clubs in het amateurvoetbal de grootste moeite om hun begroting sluitend te krijgen. Toch blijven spelers -gelukkig niet allemaal- de hoofdprijs vragen, omdat ze zich onderling wat wijs maken. Spelers onder elkaar scheppen graag op over hun salaris. Dat drijft de salariseisen omhoog. De prijs die ze rondbazuinen is niet de werkelijke vergoeding. Waarom spelers dat doen, weet ik niet. Misschien schaamte of grootdoenerij ten opzichte van die collega voetballer of trainer, of ze kijken te veel naar de salarissen in het betaald voetbal. Ik vind dat een groot probleem, waar we mee geconfronteerd worden. Er is geen lijn te trekken.’ 


Je bent scout, adviseur en agent. In welke verhouding?

‘33,3 / 33,3 / 33,3. Als je heel reëel bekijkt is het één rol en die bekleed ik 100%. ‘


Heb je enig idee hoeveel wedstrijden je op jaarbasis bezoekt? 

Dit waren er 400 tot 475. Na mijn ziekte zal het aantal wedstrijden dat ik bekijk hetzelfde zijn gebleven, maar het aantal wedstrijden dat ik sinds 2016 fysiek bezoek, is een stuk lager.’ 


Aan welke wedstrijd bewaar je de beste herinneringen?

Dat zijn er twee: de Treffers – EVV en EVV – De Treffers


Waar of niet waar? Wedstrijden in de derde divisie zijn mooier om naar te kijken dan wedstrijden in de 1e klasse

‘Soms waar en soms niet waar. Qua kwaliteit zitten er in de 3e divisie wel vaak betere spelers. Maar in de top van de 1e klasse zie je ook genoeg leuke wedstrijden. Vergeet echter ook niet de 2e klasse want dat is naar mijn idee het niveau waar uitstromers van de BVO’s het beste  tot hun recht komen er de gewenste speelminuten krijgen. Dit is vooral belangrijk voor spelers die vanuit U19 (junior) voor het 1e jaar senior worden.’


Over junioren gesproken, ga je ook wel eens naar jeugdwedstrijden?

‘Met regelmaat bekijk ik een U17 of U19 wedstrijd , echter  18+ heeft mij voorkeur, of een 17-jarige die in het aankomende seizoen 18 wordt.’


En damesvoetbal?

‘Zelden. Toevallig ben ik onlangs naar Genk Ladies – Anderlecht Ladies geweest. En wellicht leuk om erbij te vertellen dat ik een paar dagen geleden een vraag ontving van Genk Ladies coach of ik wellicht ook dames uit het grensgebied NED/BE kende met voldoende kwaliteiten voor Genk Ladies. Ook dan kijk ik naar mogelijkheden binnen mijn netwerk en ga ik trachten de expertise op dat gebied in contact te brengen met de Genk Ladies coach.  De coach en zijn assistente van Fortuna’54 dames U17 zijn een voorbeeld waarbij ik wel een rol gespeeld heb in hun overgang incl enkele speelsters van Alemannia Aachen Frauen naar Fortuna’ 54.’


Volgend jaar bestaat HFFM 5 jaar. Ga je daar speciaal aandacht aan schenken?

Gezien de recentste KVK inschrijving bestaat HFFM formeel vanaf 2016 inderdaad. Ik ben echter al in 2008 zelfstandig geworden als AIMSPORT InternaDonal en in 2011 is dat AHSM (AH Sportsmanagement) geworden. Door de diagnose Sarcoidose is die KVK noodgedwongen on-hold gezet, ergens rond 2012 gok ik even. Later in 2016 heb ik me opnieuw bij de KVK geschreven en heb ik HFFM overgenomen van HFFM (Hellert).
Terugkomend op jouw vraag zal ik niet al teveel aandacht schenken aan het eerste lustrum. Ik functioneer liever in de luwte zonder te veel aandacht. 1X in de zoveel doe ik een interview (zie BINKTV) schuif ik aan bij L1  (de Aftrap met Sander Kleikers) of zoals onlangs bij RTV Parkstad / Inkoppers , Mario Eleveld . Dat vind ik voldoende aandacht.’


Tot slot: reageer op de volgende stelling: in de wintermaanden worden wedstrijden nogal eens afgelast. Het wordt tijd dat alle clubs kunstgras krijgen.

‘Mijn mening is dat iedere club over zowel 1 grasveld als een kunstgrasveld zou moeten beschikken, zodat je bij slechte weersomstandigheden altijd kunt uitwijken naar het kunstgrasveld. Daarmee voorkom je afgelastingen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: Sportpark de Heigank / SVN Landgraaf – Sportpark De Dem / EHC Hoensbroek , Sportpark De Kollenberg – RKSV Minor Nuth en Sportpark De Kaffeberg – VV Chevremont, waarbij de voorkeur voor het 1e elftal moet zijn om op gras te spelen. Vervolgens bij de KNVB bekend maken dat er bij een afgelasting op het kunstgrasveld speelt. Alleen bij Sportpark de Dem / EHC Heuts is het natuurgrasveld tevens het hoofdveld , bij de andere genoemden is het hoofdveld juist het kunstgrasveld en het natuurgrasveld een bijveld.