Download onze app..

..voor de beste ervaring op een mobiel apparaat.

Download voor iOS

Download voor Android

Richard Wagner voetbalt op zijn 80e nog wekelijks

‘Ik ga door met voetballen tot mijn 85e, daarna ga ik keepen’. Dat zegt Richard Wagner, speler van het veteranenteam van v.v. Slekker Boys. Een opmerkelijke uitspraak van een al even opmerkelijke man.

‘Weet je, ik voetbal al bijna mijn hele leven. Ik kan niet zonder. In mijn jonge jaren voetbalde ik zes dagen per week: drie keer in de zaal en drie keer op het veld. Mijn vrouw Tiny vroeg dan weleens: welk tenue moet ik nu wassen?’ Nu ik tachtig ben, denk ik er weleens aan om te stoppen, maar ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat ik dat niet volhoud. Volgend seizoen ben ik er dus gewoon weer bij.’

Richard is geboren en getogen in Köln. Je moest wel van heel goede huize komen om Richard daar weg te halen. Die heel goede reden was en is er: zijn vrouw Tiny met wie Richard in 1965 trouwde. Ze gingen wonen in Susteren. Daar wonen ze nog steeds.

Als Duitser geaccepteerd worden
Eenmaal gesetteld meldde hij zich aan bij Sc Susteren. ‘Het spijt me dat ik dat nu zo moet zeggen, maar bij Sc Susteren werd ik niet geaccepteerd. Ik was sowieso iemand van buiten. En dan ook nog een Duitser. Dat lag in die tijd een stuk gevoeliger dan nu. Bovendien dronk ik geen bier en ging ik niet naar het café. Daardoor hoorde ik er niet bij. Ik zal nooit zeggen dat ik een topspeler was, maar een verwijzing naar het vijfde elftal, vond ik een belediging. Ik kon dat niet verkroppen. Na één seizoen hield ik het dan ook voor gezien en klopte ik aan bij Susterse Boys. Hier heb ik 32 jaar gevoetbald. Een mooie tijd.’

In mijn element
Tien jaar geleden hielden de vets van Susterse Boys ermee op, omdat ze geen team meer op de been konden brengen. Er waren te weinig spelers. ‘Ik was toen 70. Een mooie leeftijd om te stoppen zou je zeggen, maar ik niet. Op het voetbalveld ben ik in mijn element. Zo lang het nog kan, wil ik doorgaan. Ik vind het natuurlijk jammer dat ik de snelheid en kracht niet meer heb, maar een balletje aannemen en rondtikken, gaat nog wel. En aanwijzingen geven, ha ha.’

In de laatste 10 seconden kan er nog een goal gemaakt worden
Een Duitser die in Nederland woont en werkt; dat was, is en blijft vragen om flauwe grapjes over en weer. Ook Richard werd niet gespaard. Soms was hij het slachtoffer, dan weer nam hij gewiekst revanche. Bijvoorbeeld op zijn collega’s bij Philips in Sittard. Richard werkte er 32 jaar. ‘Lekker dichtbij huis en mooi werk’. Voor de anekdote die Richard vertelt, gaan we terug naar de jaren 70 van de vorige eeuw. Een periode waarin Nederland twee keer achter elkaar net geen wereldkampioen werd. De nederlaag tegen de Duitsers in 1974 wordt nog steeds als een nationaal trauma gezien. Richard daarentegen kon zijn geluk niet op, alhoewel hij toegeeft dat Nederland toen had moeten winnen. ‘Probleem van Nederlanders is dat ze niet tot het uiterste gaan. Na de snelle 1-0 voorsprong ging het Nederlands elftal behoudend spelen. Dan weet je dat het vroeg of laat fout kan gaan. Zeker tegen Duitsers. Die gaan door tot het allerlaatste fluitsignaal. Als er nog 10 seconden speeltijd zijn, denkt een Duitser: “dan kan er nog een goal gemaakt worden’. Nederlanders hebben die mentaliteit niet.”

Flacon Ajax
De jaren 70 waren niet altijd genadig voor Richard. We gaan terug naar het seizoen 1972-1973 toen Ajax in het toernooi om de Europa Cup 1 (de huidige Champions League) met 4-0 van Bayern München won. Oei, dat deed Richard pijn. ‘Toen ik daags na de wedstrijd op mijn werk kwam, zag ik dat er een zwart doek over mijn werkbank lag. Op dat doek stond een flacon Ajax. Ik deed net alsof het me niet interesseerde. Maar ik ging ook niet aan het werk. Ik dacht: “die fles ga ik niet aanraken, eens kijken wat er dan gebeurt.” Richard heeft dat een haf uur volgehouden. Toen kwam zijn baas vragen wat er aan de hand was. ‘Hij vroeg: “heb je geen werk te doen?”, waarop ik antwoorde: ‘‘jawel hoor, heel veel werk zelfs, maar het wordt mij onmogelijk gemaakt. Als ik die fles eraf pak, krijg ik pijn aan mijn handen. Mijn baas was er niet blij mee en riep mijn collega’s tot de orde. Eerst lachten zij, toen lachte ik, ofschoon die nederlaag natuurlijk wel nog steeds hartstikke pijn deed.’

Fanatiek
In zijn jonge jaren was Richard bloedfanatiek. ‘Als we verloren hadden, smeet ik mijn tas in de garage en was ik niet te genieten. Ik sliep zelfs enkele nachten niet. Later is dat minder geworden en nu voetbal ik vooral om het plezier.’

Geen uitgesproken karakters
Ondanks zijn niet aflatende passie voor het spel, kijkt Richard amper voetbal op tv. ‘Hooguit een samenvatting van een wedstrijd. Ik vind het saai. Ik mis de bezieling, gedrevenheid en emotie in het hedendaagse voetbal. De huidige voetballers zijn sterk, atletisch en kunnen goed voetballen, maar het zijn geen persoonlijkheden. Geen uitgesproken karakters. Het spel wordt bovendien te zeer bepaald door systemen, te weinig door individuele acties. Verder mis ik de binding van voetballers met een club en achterban. Er zijn nog maar heel weinig spelers die zich lange tijd aan een club binden. En alle clubs hebben voornamelijk “vreemdelingen” onder contract Dat heeft te maken met de vercommercialisering van het voetbal. Engelse ploegen bulken van het geld, maar er spelen zelden jongens uit de eigen regio.’’

Instelling
Terug naar het verschil tussen Nederlanders en Duitsers. ‘Het Nederlands Koningshuis heeft Duits bloed. Als het Nederlands elftal ook wat van dat Duits bloed had gehad -al was het maar een beetje- dan had Oranje een aantal titels meer gehaald. Nederland heeft altijd zeer goede voetballers gehad en het Nederlands voetbal stond wereldwijd hoog aangeschreven. Hoger dan het Duits voetbal. Toch heeft die Mannschaft meer titels behaald. Dat heeft alles te maken met instelling.’

Als Richard over zaken als mentaliteit en bezieling praat, zie je dat hij weliswaar is weg gegaan uit zijn vaderland, maar het vaderland is nooit weggegaan uit hem. ‘Begrij[p me niet verkeerd: iaar ik woon heel graag in Susteren hoor. Ik ben gelukkig met Tiny en voel me bevoorrecht dat ik mijn geliefde spelletje nog kan spelen. Maar in mijn hart blijf ik altijd ‘eine Kölsche Jung’.


Tot slot nog enkele korte vragen


Wie is jouw favoriete voetballer aller tijden?

‘Oh jee, nu moet ik zeker eerlijk zijn he? Laat ik dat dan ook maar doen: Johan Cruijff. Messi is ook goed, maar hij kan het niet alleen. Cruijff kon dat wel.

Favoriete club?

Heb ik niet. Daarvoor volg ik het voetbal te weinig. Als ik dan toch een club moet noemen, is het FC Köln.

Op welke positie heb je gespeeld of speel je momenteel?

Ach, ik heb op alle posities gespeeld. Ja, ook in het doel gestaan. Het langst heb ik gespeeld als laatste man bij Susterse Boys.

Favoriete vakantieland?

De laatste paar jaar kunnen we vanwege de gezondheid van Tiny niet meer op vakantie gaan. Ze moet twee keer per week naar het ziekenhuis. Vroeger gingen we wel altijd. We hebben heel Europa doorkruist, maar onze favoriete vakantiebestemming was toch wel Italië.

Favoriete tv-programma.

Ach, ik kijk niet zo veel tv. Heb niet echt programma’s die ik graag wil zien.

Hobby’s

Naast voetballen klussen aan mijn Wolfsgart Wartburg. Gebouwd in de jaren 50 in de voormalige DDR.

Bier of wijn?

Vroeger dronk ik geen bier. Tegenwoordig wel, maar in beperkte mate. Met een krat doe ik enkele maanden. Wil je ook weten welk bier ik drink? Ha ha, Kölsch natuurlijk.

Maak de zin af: voetbal is…….

‘Alles’. Het heeft mijn hele leven bepaald. Nog steeds trouwens. Nu een paar maanden rust en dan gaan we er weer tegenaan.

Er is altijd nog wandelvoetbal!

Nou nee, dat heeft helemaal niets met voetbal te maken. Dat ga ik echt nooit doen.’

Mooi moment?

Daar hoef ik niet lang over na te denken. Dat was kort na mijn verjaardag in maart. Mijn teamgenoten van Slekker Boys verrasten me met een wedstrijdtenue van FC Köln, met daarop mijn naam en het nummer 80. Geweldig.’

 

Door Helmi van Nuil